

De hoge aantallen varkens, kippen en runderen zorgen in Brabant voor een enorme uitstoot van ammoniak. De hoeveelheid stikstof die via ammoniak neerkomt op natuurgebieden is daardoor veel te hoog. Veel veehouders passen hun stallen aan om de ammoniakuitstoot uit de stallen tegen te gaan. Maar zelfs als die aanpassingen zijn gerealiseerd, blijft de bescherming van de natuurgebieden ver onder de maat.
Voor een Europees netwerk van natuurgebieden, Natura 2000, worden beheerplannen opgesteld waarin staat welke maatregelen nodig zijn om het gebied in stand te houden of te herstellen.
In Brabant was De Peel pilotgebied voor het opstellen van een Beheerplan Natura-2000. De ammoniakparagraaf was hierin een moeizaam onderdeel. De BMF heeft, samen met Werkgroep Behoud de Peel, deelgenomen aan een serie workshops om hieraan te werken. Een aantal zaken die voor de BMF belangrijk zijn heeft inmiddels gehoor gevonden, zodat zij de volgende beheerplannen met vertrouwen tegemoet ziet.
Beheerplan de Peel
Verschillende partijen die betrokken zijn bij dit gebied, waaronder BMF en Werkgroep Behoud de Peel, zijn in 2008 begonnen met het opstellen van de ammoniakparagraaf van het beheerplan de Peel. Een uiterst lastige klus waarbij de BMF zich had voorgenomen om alleen in te stemmen wanneer echt een trendbreuk kan worden gerealiseerd met betrekking tot de ammoniakemissie/-depositie (nog steeds een van de grootste problemen voor de natuur in Noord-Brabant). We praten namelijk al meer dan 25 jaar met elkaar zonder dat een wezenlijke reductie is bereikt.
Die trendbreuk komt nu in zicht! Onder harde voorwaarden en een strenge monitoring moet binnen een periode van 18 jaar de ammoniakemissie tot de helft worden teruggebracht. Dit is een tussendoel; na dat jaar moet worden verder gewerkt richting het uiteindelijke doel, dat is verlaging tot de kritische depositiewaarde, die in de Peel 400 mol is. Als BMF hebben we daarmee ons doel bereikt. Dit kan echter alleen als we extra bedrijfsontwikkeling toestaan (de reductie wordt vooral bereikt door het toepassen van extra technieken in nieuwe stallen). Dat betekent bijvoorbeeld oude stallen vervangen door nieuwe, verplaatsen van bedrijven (afwaartse beweging) en saneren van piekbelastingen.
Het toestaan van extra bedrijfsontwikkeling plaatst de BMF en onze achterban echter in een lastig parket. Willen we dit wel? We lopen namelijk het risico om extra dieren richting Noord-Brabant te krijgen. De BMF heeft (vooralsnog) besloten zich te laten leiden door de milieudoelen die met dit plan worden behaald en niet door de landbouwstructuur (want daarvoor zijn we tenslotte opgericht) maar deze discussie krijgt een vervolg.