Biologische landbouw

In de biologische landbouw staat de samenhang tussen plant, dier, mens en de natuurlijke omgeving centraal. Het streven is de natuurlijke kringloop intact te houden. Om plagen en ziekten buiten de deur te houden, gebruiken biologische boeren geen chemische bestrijdingsmiddelen. Zij kiezen voor sterke, weinig ziektegevoelige rassen, zorgen voor een goede vruchtwisseling en zetten natuurlijke plaagbestrijders in. In plaats van kunstmest gebruiken zij dierlijke en plantaardige meststoffen. Door een uitgekiende opvolging van gewassen raakt de grond niet uitgeput. De boeren letten op energieverbruik en passen geen genetische modificatie toe. Biologische veehouders houden ook rekening met de natuurlijke aard van hun dieren. Zo mogen kippen hun snavels houden en kunnen ze scharrelen en wroeten varkens in het stro.

Daarnaast is er de biologisch-dynamische (BD) landbouw, een speciale tak van biologische landbouw. De BD-boer volgt de filosofie van Rudolf Steiner en werkt volgens aanvullende strengere normen. Hij mag naast het EKO-keurmerk tevens het Demeter-keurmerk voeren.

De BMF heeft verschillende projecten uitgevoerd om productie en afzet van biologische producten te bevorderen. Zoals het project 'Biologische catering bij kleine organisaties'. En in 2010 de fotowedstrijd Biologische landbouw.   Zie hier de winnende foto's.