

De BMF ziet boom- en vaste plantenteelt als een intensieve vorm van agrarisch grondgebruik. Ze kunnen een aantasting betekenen voor natuur-, landschappelijke-, cultuurhistorische en archeologische-, aardkundige- en hydrologische waarden. De BMF is dan ook van mening dat sturing dient plaats te vinden aan de opmars van boom- en vaste plantenteelt.
Belangrijkste uitgangspunten van de BMF hierbij zijn:
- geen aantasting van natuurwaarden (zowel leef- als foerageergebied), dus niet in Groene Hoofdstructuur
- geen aantasting van landschappelijke waarden (o.a. openheid)
- geen aantasting van cultuurhistorische waardevolle gebieden (o.a historische groenstructuren, historische kavelgrenzen, historisch geografische vlakelementen, historische zichtrelaties)
- geen aantasting van archeologische waarden (erkende archeologische monumenten)
- geen aantasting van aardkundige waarden (o.a. wijst, esdekken, steilranden en reliëf)
- geen aantasting van hydrologische waarden, indien dit de natte GHS beïnvloedt (door irrigatie, drainage, belemmeren van inzijging en bestrijdingsmiddelendrift (aantasting waterkwaliteit) heeft boom- en vaste plantenteelt vaak een grote impact op hydrologische waarden)
- ontwikkelingen moeten rekening houden met andere maatschappelijke eisen, zoals bijv. ligging landschapsecologische zones, robuuste ecologische verbindingszone, uitloopgebied, behoud aantrekkelijk buitengebied, behoud voortbestaan rundveehouderij, etc.
- geen uitbreiding van teeltondersteunende voorzieningen (TOV) buiten afspraken streekplan (o.a. oprichten van teeltondersteunend glas).
Sturing van boomteelt zou er ook toe moeten leiden dat voorkomen wordt dat de landbouwsector zich massaal op boom- en vaste plantenteelt stort, waardoor de markt verzadigd raakt en instort. Wat gebeurt er dan met het boomteeltrelict?
Zie ook de notitie Uitgangspunten en aanbevelingen voor gemeentelijk beleid.
Zie ook het project De bodem uitgezocht