Plattelandsontwikkeling

De BMF gaat voor duurzame plattelandsontwikkeling. Het werkveld omvat land- en tuinbouw, kwaliteit buitengebied, leefbaarheid en streekeconomie. Daarbij kijkt de BMF ook naar factoren als ruimtegebruik, het beslag van de landbouw op de brandstofvoorraad (voor o.a. kunstmest, transport) en andere grondstoffen, de productie van bio-brandstoffen, het gebruik van water en de productie en verwerking van afval.

In de visie van de BMF heeft de landbouw een grote verantwoordelijkheid voor het behoud, herstel en de versterking van het cultuurhistorische landschap en de biodiversiteit. De BMF streeft ernaar om op het platteland waar mogelijk functies te verweven (bijvoorbeeld landbouw en natuur) en daar waar noodzakelijk te scheiden. Zij stimuleert duurzame landbouw en streeft verbetering van de milieukwaliteit van de gangbare landbouw na. Speciale aandacht krijgt het voorkomen van ongewenste invloeden op de natuur en het adviseren ten behoeve van ruimtelijk beleid. Het gaat dan vaak om de intensieve sectoren: glastuinbouw, intensieve teelten en intensieve veehouderij.

De BMF kiest ervoor zich sterker dan voorheen te richten op regionalisering van de landbouw. Daarbij moet regionalisering meer zijn dan ´streekproducten´ alleen, maar wezenlijk bijdragen aan duurzaamheid (sociaal, identiteit, leefbaarheid, landschappen, ecosystemen, nutriëntenkringlopen, energiebesparing, streekeconomie, etc.).

De komende tijd krijgen 'landbouw en klimaat' (o.a. voedselcampagne, energie, broeikasgassen) en 'landbouw en volksgezondheid' (o.a. fijnstof, MRSA, Q-koorts) prioriteit.

Lees verder:
Reconstructie
Voedsel
Duurzame landbouw
Vee-industrie
Glastuinbouw
Boomteelt
Dorp en buitengebied