Windenergie

In Brabant wordt ook een grote bijdrage aan duurzame energie opwekking verwacht van windenergie. Windmolens leveren duurzame energie, maar hebben ook invloed op het karakter van de open ruimte, zeker gezien de huidige hoogtes van 140 – 150 meter. De Brabantse Milieufederatie heeft criteria opgesteld voor locaties voor windmolens. De belangrijkste zijn: niet in de Groene Hoofdstructuur en geen horizonvervuiling van ongestoorde natuurgebieden, wel gekoppeld aan (binnenstedelijke) infrastructuur en/of bedrijventerreinen. Ook kleinschalige gebouwgerelateerde windmolenplannen kunnen al een goede bijdrage leveren aan de vermindering van de CO2 uitstoot.

Windenergie op land
 
In het rapport 'Geconcentreerde Windkracht' geven De Natuur en Milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu hun visie op de ruimtelijke opgave voor windturbines op het vaste land in Nederland: een visie op optimale benutting van windkracht in de Lage Landen.
 
Deze visie gaat uit van de ambitie tot het plaatsen van 6000 MW windenergie op land. Deze opgave komt overeen met de doelstelling van het kabinet. Doelstelling van het kabinet is om in 2020 in totaal 20% van de energie duurzaam op te wekken, in 2050 dient dit verder te vergroot worden naar 50%. Voor deze grote opgave is Windenergie op land onmisbaar.
 
In deze visie worden de ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie op land geschetst. Windenergie kan negatieve gevolgen hebben voor natuur en landschap. Daarom zijn grondbeginselen geformuleerd, volgens welke grootschalige plaatsing van windturbines mogelijk wordt. Deze visie laat zien dat met de keuze voor een concentratiebeleid, er voldoende ruimte is om de rijksdoelstelling van 6000 MW voor windenergie op land te realiseren, mét respect voor natuur en landschap.
 
Deze visie is het resultaat van zorgvuldige studie van De Natuur en Milieufederaties en de Stichting Natuur en Milieu en dient als input voor de ontwikkeling van een lange termijn beleid voor Rijk, provincie en gemeenten. De studie is uitgevoerd in overleg met Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, De Landschappen, Vogelbescherming Nederland, de Waddenvereniging en Milieudefensie. Deze organisaties onderschrijven de ruimtelijke en procesmatige grondbeginselen van de visie zoals beschreven in hoofdstuk 2, met uitzondering van De Landschappen. Voor alle betrokken organisaties geldt dat zij per windpark op locatieniveau een definitief standpunt bepalen, waarbij ook de cumulatieve effecten worden beschouwd. De voorliggende visie geeft het ruimtelijk kader op hoofdlijnen.
 
De visie bestaat uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt stilgestaan bij het transitiespoor dat Stichting Natuur en Milieu en de Natuur en Milieufederaties voor duurzame energie zien. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de criteria voor windenergie op land. Middels grondbeginselen wordt aangegeven waar vanuit natuur en landschap de kansen liggen voor grootschalige windenergieopwekking. Ook wordt benoemd waar het plaatsen van windturbines juist gemeden moet worden om kwetsbare waarden van natuur, landschap en leefbaarheid te beschermen.
 
Hoofdstuk 3 bestaat uit de visiekaart die laat zien waar volgens De Natuur en Milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu plaats is voor windenergie op land in Nederland. Daarnaast is een tweede kaart opgenomen die de locaties meer in detail aangeeft. Hoofdstuk 4 tenslotte geeft een nadere onderbouwing bij de selectie van kansrijke windlocaties.
 
Lees het rapport 'Geconcentreerde Windkracht in de Lage Landen'