Mest & stankoverlast

Mest & stankoverlast

Brabant produceert mest, heel veel mest. Door het enorme aantal varkens, kippen, geiten en niet-grondgebonden melkvee is er te veel mest en stankoverlast. De Brabantse Milieufederatie pleit ervoor om het probleem van het mestoverschot bij de bron aan te pakken.

Te veel mest zorgt voor een groot aantal natuur- en milieuproblemen in de provincie Noord-Brabant. Het heeft invloed op de kwaliteit van onze leefomgeving (bodem, lucht en water). De meststoffen die niet door de gewassen worden opgenomen komen of in de lucht terecht, in de vorm van ammoniak, of in het grond- en oppervlaktewater, als nitraat en fosfaat. Daarbij kan ammoniak in de lucht omgezet worden tot secundair fijnstof, wat schadelijk is voor de volksgezondheid. Ook kan mest bijdragen aan de uitstoot krachtige broeikasgassen als lachgas en methaan. Het is dan ook noodzakelijk om het mestoverschot zo snel mogelijk weg te nemen. Er moet minder mest worden geproduceerd.

Het mestprobleem kan niet los worden gezien van een te grote omvang van de veestapel, in verhouding tot de mest die door de gewassen en bodem in Brabant verantwoord kan worden opgenomen. De BMF pleit voor het in balans brengen van de mestproductie ten opzichte van de beschikbare grond, oftewel grondgebondenheid. Dit betekent een krimp van de enorme intensieve veestapel.

De enorme aantallen dieren zorgen ook voor een scala aan andere problemen voor de volksgezondheid, dierenwelzijn en de kwaliteit van de leefomgeving. Zo ervaren inwoners van gebieden met veel intensieve veehouderij enorme stankoverlast; zijn al zes drinkwaterbronnen in Brabant gesloten wegens mestvervuiling; loopt het aantal slachtoffers van Q-koorts nog steeds op; leven we korter door fijnstof in de lucht en verliezen we biodiversiteit door ammoniak.

Mestbewerking en mestverwerking

Mestfabrieken zijn géén oplossing voor het mestoverschot. De bouw van mestbewerkingslocaties is het paard achter de wagen spannen, ze maken het juist mogelijk om nog meer dieren te houden en nog meer mest te produceren. Met alle gevolgen van dien.

Brabanders ervaren ook overlast van mestfabrieken. Denk aan gezondheidsklachten, waaronder stank, en een toename van zwaar vrachtverkeer. Het is dan ook volstrekt logisch dat buurtbewoners in verzet komen tegen de komst van een mestfabriek in hun wijk of buurt.

De komende jaren wordt maar liefst een half miljard euro aan subsidies in Brabantse mestfabrieken gestoken. Dat bedrag kan veel beter gaan naar het opkopen van dierproductierechten, zodat het aantal varkens van alle stoppende varkensboeren uit de markt wordt gehaald en niet wordt doorverkocht aan varkensbedrijven die willen uitbreiden. Met deze oplossing neemt het aantal varkens af en daarmee ook het mestoverschot en de behoefte aan meer mestfabrieken.

Echte oplossingen

Willen we het probleem van mest en stankoverlast echt aanpakken, dan moet worden gekeken naar het voorkómen van een mestoverschot en geurhinder. Door te kiezen voor echte oplossingen worden nieuwe mestfabrieken overbodig. Beter voor de volksgezondheid, het dierenwelzijn, de natuur en de kwaliteit van de leefomgeving.

Het mestoverschot, stankoverlast en gezondheidsrisico’s zijn symptomen van een onhoudbaar (intensief) landbouwsysteem met veel te veel dieren. Samen met andere groene organisaties werkt de BMF aan de transitie naar een meer grondgebonden, natuurinclusieve landbouw. Zo werken we aan een duurzame toekomst van de landbouw.

Meer weten

Meer weten over duurzame landbouw? Neem dan contact op met Yvette Osinga. Zij helpt je graag met al je vragen.

Profiel Yvette Osinga

Yvette Osinga

Duurzame landbouw

Onze andere projecten

JE HOEFT NIETS TE MISSEN
Ontvang updates met nieuws, cursussen, workshops, lezingen en nog veel meer!