Aan de slag met Basiskwaliteit Natuur in Brabant

“Basiskwaliteit Natuur, is dat regelgeving, een instrument of een visie?”, het was één van de vele vragen die de deelnemers naar voren brachten op de bijeenkomst ‘Basiskwaliteit Natuur voor beginners’, op 20 maart in Tilburg. De Brabantse Milieufederatie organiseerde de bijeenkomst om de bijna 50 aanwezige groene vrijwilligers bij te praten over de ontwikkelingen rondom Basiskwaliteit Natuur.
Basiskwaliteit Natuur gaat over de basisvoorwaarden nodig zijn voor het voortbestaan van algemene soorten, met name buiten de aangewezen natuurgebieden. De biodiversiteit in deze gebieden gaat achteruit. Ook soorten die vroeger algemeen waren komen steeds minder voor. Het in stand houden van de biodiversiteit in deze gebieden, inclusief de algemene soorten, is een voorwaarde voor een gezonde leefomgeving voor de mens en een gezonde natuur, zowel binnen als buiten de natuurgebieden.
De Brabantse pilot
De provincie Noord-Brabant heeft een actieve pilot Basiskwaliteit Natuur in vier gemeenten: Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk en Tilburg. “Bijzonder aan de Brabantse pilot is de ‘bottom up’-benadering”, zegt Anjo Roorda, één van de initiatiefnemers, en inmiddels procescoördinator voor Brabant.
Hij vertelt in zijn inleiding dat de lokale natuurverenigingen van de vier gemeenten dit concept een paar jaar geleden hebben omarmd. Ze hebben de betrokken gemeenten meegekregen om een pilot uit te voeren, terwijl in andere provincies het initiatief vaak van de gemeenten zelf uitgaat. De natuurorganisaties en gemeenten, twee waterschappen, Brabants Landschap en de Brabantse Milieufederatie hebben onlangs de Brabantse Alliantie voor Basiskwaliteit Natuur getekend waarin ze aangeven zich in te spannen voor Basiskwaliteit Natuur in Brabant.
Nog relatief onbekend begrip
Anjo Roorda benadrukt dat er nog veel in ontwikkeling is op gebied van Basiskwaliteit Natuur. Dus wat bovenstaande vraag betreft: “Basiskwaliteit Natuur heeft het eigenlijk allemaal in zich: regelgeving, instrument en visie,” zegt hij. Sinds 2024 werkt een consortium onder leiding van Naturalis aan het ontwikkelen, bijeenbrengen en beschikbaar maken van kennis hierover.
Via pilots moet duidelijk worden hoe de kwaliteit van de natuur beoordeeld kan worden, en hoe dit aangepakt kan worden door de omgevingscondities te verbeteren.
Schuivend referentiepunt
De pilots houden zich onder andere bezig met het verzamelen van data en monitoring door vrijwilligers, en het testen van apps die dit vergemakkelijken.
En dat is nodig, want er is al veel gebiedskennis verloren gegaan, ook omdat er sprake is van een ‘shifting baseline’, een schuivend referentiepunt. Een stukje uit de documentaire Het vergeten leven van Nederland van de Rotterdamse documentairemaker Rik van der Linden maakt duidelijk hoe het referentiekader voor elke generatie verandert: wat ‘gewoon’ en ‘algemeen’ was voor eerdere generaties, is dat niet meer voor volgende generaties. Iedereen die de kemphaan ooit regelmatig in het veld zag kan het gemis voelen van deze spectaculaire vogelsoort, maar als je hem nooit gezien hebt, weet je ook niet wat je mist.
Apps en kaarten als hulpmiddel
Eén van de vrijwilligers in die deel uitmaakt van de pilot in Oisterwijk is Paula Dijkema van IVN Oisterwijk. In Oisterwijk bracht zij samen met enkele andere vrijwilligers het landschap in kaart. Met een groepje andere vrijwilligers maakte zij enkele maanden lang een wekelijkse ronde in een stuk buitengebied in de gemeente.
Met hulp van apps als: Beleef je landschap (nog in ontwikkeling) en Soortenkijker, en kaarten uit onder andere Topotijdreis en de Klimaateffectatlas maakten zij een inventarisatie van landschapselementen en veel voorkomende soorten. “Erg leuk om te doen, en ook voor een beginner is het goed haalbaar”, is de enthousiaste conclusie van Paula Dijkema, “Je kijk op het landschap verandert ook. En je raakt vanzelf met de inwoners in gesprek over het landschap.”
Een kritische vraag die vaker gesteld wordt, komt ook nu naar voren. “Als je met die apps werkt zegt dat meer over hoeveel soorten er herkend zijn, en niet hoeveel soorten er zitten. Hoe betrouwbaar is dat?” En: “Kun je dat juridisch gebruiken?”
Graag een vervolg!
In groepjes bespraken de deelnemers vervolgens per regio wat ze konden doen om met Basiskwaliteit Natuur aan de slag te gaan, en wat ze daarvoor nodig hebben. In een notendop: het enthousiasme is er, de ideeën ook, maar er is ook behoefte aan ondersteuning, waaronder meer verbinding met andere organisaties, tools, concretisering van wat Basiskwaliteit Natuur is, en voorbeeldervaringen. Wordt vervolgd, wat deelnemers en organisatie betreft.