Gemeente Tilburg op pad voor Heel Nederland Repareert

De gemeente Tilburg doet mee aan de campagne Heel Nederland Repareert. Reparatie is een belangrijk onderdeel van de circulaire economie. Om de zoektocht naar een reparateur voor inwoners gemakkelijker te maken maakt een reparatiekaart deel uit van de campagne. In het kader van de Week van de Circulaire Economie (19-27 maart) organiseerde de Brabantse Milieufederatie een fietstocht langs twee Tilburgse reparateurs die op de kaart staan.
Twee reparateurs met een verschillende specialisatie en een heel ander verhaal, maar allebei met veel liefde voor hun vak, dat is wel de samenvatting van het bezoek. Repareren kun je leren, is de terechte slogan, maar niet álle reparaties kun je makkelijk zelf uitvoeren. Dat bleek wel uit de vakkennis en speciale apparatuur en gereedschappen, die aanwezig waren bij kleermaker Ciwan Moustafa van Kleermaker Tilburg, en bij meubelstoffeerder Elise Lamp van Studio Lamp. We namen een kijkje achter de schermen.
Een naaimachine voor elke klus
Mode-ontwerper Ciwan Moustafa verhuisde 20 jaar geleden naar Nederland, en pakte hier zijn oude vak weer op, al ligt het accent bij zijn eenmansbedrijf nu vooral op reparatie. Daarin zit weliswaar minder de creatieve component, maar dat vindt hij niet zo erg, want: “Ik kan elke dag mensen blij maken.”
Hij legt ons uit dat hij inmiddels in de gelukkig positie zit dat hij op een goede locatie zit en veel klanten krijgt door mond-op-mond-reclame. Uit zijn verhaal blijkt dat hij zijn bedrijf niet van de ene op de andere dag kon starten. Via werk voor een aantal grote modehuizen in Tilburg kon hij zelf een klantenkring opbouwen. “Via de gemeente heb ik hulp gekregen bij het schrijven van een bedrijfsplan, dat was fijn want mijn Nederlands was toen nog niet zo goed,” vertelt hij. Hij kon uiteindelijk een lening afsluiten voor zijn bedrijf, naaimachines overnemen van een bedrijf dat stopte en verhuizen naar een betere locatie in het Dwaalgebied, op de hoek van de Korte Tuinstraat en de Langestraat.
Hij onderbreekt zijn verhaal twee keer om klanten te helpen, die ons vertellen dat ze erg tevreden zijn. “De mensen komen terug omdat ik goed werk aflever,” vertelt hij, “daarom kan ik ook een redelijke prijs vragen, maar ik moet wel altijd rekening houden met wat iets kost als je het nieuw koopt in de winkel.” Sommige klussen zoals moeilijke ritsen losmaken kosten veel tijd, net als bijvoorbeeld het maken van een heel pak. Dat doet hij dus heel weinig, legt hij uit, omdat je minder duur uit bent als je het koopt in de winkel. Hij lacht: “Tijd is geld, zeggen ze hier.” Zijn troef is zijn vakmanschap want daardoor kan hij ook snel werken, leren we. En hij wijst naar zijn naaimachines, er is er een voor elke soort naaiwerk. Dat krijgen we thuis niet voor elkaar, is de conclusie van de naaiers onder ons. Goed repareren is vakwerk.
Naar duurzame meubelstoffering
De fietstocht gaat verder naar Elise van Studio Lamp. Zij heeft haar meubelstofferingsbedrijf in een gebouw van Ateliers 013, achter het Voltagegebouw. Het gebouw heeft een aantal ruimtes rond een grote middenhal, in alle ruimtes zitten creatieve ‘makers’, variërend van iemand die gespecialiseerd is in modelbouw tot diverse specialisaties in houtbewerking.
Elise heeft zich een aantal jaren geleden omgeschoold tot meubelstoffeerder, na een carrière van 17 jaar in het onderwijs. Ze heeft nog een tijdje parttime voor de klas gestaan maar inmiddels de sprong gewaagd naar een voltijds eigen bedrijf. In haar werkplaats zien we veel verschillende soorten stofferingsmaterialen. Lachend: “Ja je hebt wel plaats nodig.”
Elise Lamp is blij dat ze deze locatie heeft gevonden, vertelt ze. “Ik zat hiervoor in het onderwijs, en dan heb je altijd mensen om je heen. Met een eenmanszaak ben je veel alleen bezig en dan is het wel fijn dat er ook andere mensen zijn met wie af en toe een praatje kan maken.” Verder is ze blij met de locatie omdat de huur relatief laag is. “Zeker in het begin werk je nog niet zo snel en dan verdien je relatief weinig.” Want net als bij kleermaker Ciwan kun je niet onbeperkt je uren rekenen, horen we, omdat de prijzen anders te hoog worden. “En dan gooien ze dat stoeltje van opa toch maar weg.”
Haar werkplaats heeft een vliering waar ze haar materiaal op kan slaan. Het vulmateriaal dat we zien komt op grote rollen en ziet er synthetisch uit. “Ik zou heel graag met meer duurzame materialen werken,” legt ze uit, “maar dat is soms moeilijk te krijgen en het kost ook meer tijd.” Ze laat een krukje zien dat op een ‘oude’ manier gemaakt is, met jute en natuurlijke vezels: “Dit is veel duurzamer, veel meer circulair.”
Een andere wens van Elise is om het opnieuw stofferen van meubels ook toegankelijk te maken voor mensen met een kleine beurs. Want waar dat vroeger voor de meeste mensen redelijk haalbaar was, is er nu naast ‘fast fashion’ ook ‘fast furniture’. Meubels die zo goedkoop zijn dat het de moeite niet loont ze op te knappen, en waar je snel iets nieuws voor in de plaats koopt. Om hier enigszins aan tegemoet te komen heeft ze zich opgegeven om een dienst te bewijzen aan de ‘Quiet 500’, een tegenhanger van de ‘Quote 500’.
Gelukkig is niet iedereen geïnteresseerd in ‘fast furniture’, en zijn er wel steeds nieuwe klussen en is ook Elise een vakvrouw die met veel liefde over haar ambacht praat.