-
Nieuws28 januari 2026 Start training Brabantse Nachtwachters
-
Nieuws19 januari 2026 BMF blijft betrokken bij Delta Rhine Corridor
-
Nieuws18 december 2025 Provinciale energieplannen lopen vast door explosieve vraag grootverbruikers
-
Nieuws18 december 2025 Doe mee aan de opleiding tot Nachtwachter!
-
Nieuws17 december 2025 Kringlogo-prijs 2026: circulaire doeners gezocht in Brabant
RES 1.0: Géén windmolens nabij kwetsbare natuurgebieden
mei 26, 2021
RES 1.0: Géén windmolens nabij kwetsbare natuurgebieden

Natuurmonumenten, Brabants Landschap en de Brabantse Milieufederatie doen een laatste oproep om natuurgebieden te sparen in de regionale energiestrategieën (RES-en). Provinciale Staten bespreken op 28 mei de vier Brabantse RES-en 1.0.
De natuur- en milieuorganisaties zijn voorstander van een versnelde energietransitie. Om van een echt groene en duurzame energietransitie te kunnen spreken, moeten natuur-, landschaps- en milieubelangen volwaardig worden meegenomen. De organisaties willen daarom voorkomen dat windturbines in de buurt van zeer kwetsbare natuur worden toegestaan.
BMF-directeur Femke Dingemans. “Onze natuurgebieden zijn juist bedoeld voor de bescherming van de natuur. Zo is het Natuurnetwerk Brabant een schaars netwerk van ongerepte natuur in Noord-Brabant. Natuur die al sterk onder druk staat door aantasting van stikstof, verdroging, fijnstof en geluidshinder.”
Duidelijke en transparante richtlijnen
In de vier Brabantse RES-en zijn zoekgebieden voor zon- en windenergie opgenomen. Locaties voor windmolens worden grotendeels bepaald door wettelijke beperkingen, dus op basis waarvan het in ieder geval niet is toegestaan. Hoewel er wettelijke afstandscriteria zijn van windturbines tot woningen, wegen, spoorlijnen, hoogspanningsleidingen en dergelijke, ontbreken afstanden tot kwetsbare natuurgebieden in de wet.
Om duidelijke en transparante richtlijnen te hanteren voor windlocaties doen de natuur- en milieuorganisaties de volgende oproep aan Provinciale Staten:
- Sluit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) uit voor zon- en windenergie, ook langs infrastructuur;
- Stel een minimale afstand van 500 meter in tussen de grens van het NNB en windturbines;
- Stel een minimale afstand van 1.200 meter in tussen weidevogelkerngebieden en windturbines.
Deze minimale afstanden komen overeen met de voorschriften van de Duitse Länderarbeits-gemeinschaft der Vogelschutzwarten LAG VSW en zijn overgenomen in het rapport van Wageningen Universiteit ‘Kwetsbare soorten voor energie-infrastructuur in Nederland’.