Opinie | Maak mestfabrieken overbodig

Nieuws | Thema: Duurzame landbouw

februari 13, 2020

Opinie | Maak mestfabrieken overbodig

Het toestaan van de bouw van mestfabrieken is het paard achter de wagen spannen, vindt de Brabantse Milieufederatie. 

Komt de volgende mestfabriek in uw achtertuin? Die kans wordt steeds groter nu een aantal Oost-Brabantse gemeenten en de provincie deze mogelijkheid voor heel Brabant verkennen. De Brabantse Milieufederatie (BMF) pleit ervoor deze mestfabrieken overbodig te maken door het probleem bij de bron aan te pakken.

Veel omwonenden ervaren stankoverlast van bestaande mestfabrieken. Het vrachtverkeer neemt door de aan- en afvoer van de mest sterk toe. De GGD deelt de zorgen van omwonenden over gezondheidsrisico’s, en hekelt het gebrek aan onderzoek hiernaar. Volgens het RIVM bestaat de kans dat bij een ontploffing ziektekiemen worden verspreid. Het is dan ook volstrekt logisch dat buurtbewoners vaak in verzet komen tegen de komst van een mestfabriek in hun wijk of buurt.

Een industrieterrein is nog het meest geschikt voor een mestfabriek, omdat het is ingericht op vrachtverkeer en veiligheidsrisico’s. Dat mestfabrieken op industrieterreinen komen is dan ook een terechte voorwaarde van de provincie. Maar ook de bouw van een enorme mestfabriek op een industrieterrein in Oss stuitte op verzet, omdat deze volgens omwonenden nog te dicht naast hun woonwijk zou komen.

Te veel vee
Gemeenten hopen nu via een onderzoek ruimte te krijgen om mestfabrieken ook buiten de veiligere industrieterreinen neer te zetten. Ondanks de veiligheidsrisico’s en overlast voor omwonenden worden locaties vlakbij woonhuizen niet bij voorbaat uitgesloten. De BMF is geen voorstander van mestfabrieken. Zeker niet buiten industrieterreinen en binnen een straal van 500 meter van woonhuizen.

Is de bouw van nieuwe mestfabrieken dan onvermijdelijk? Het antwoord is: nee. Mestbewerking moet vanuit een breder perspectief worden bekeken. Deze fabrieken worden namelijk gebouwd omdat in Brabant te veel mest wordt geproduceerd door het enorme aantal varkens, kippen, geiten en niet-grondgebonden melkvee.

De enorme aantallen dieren zorgen daarnaast voor een scala aan andere problemen voor de volksgezondheid, dierenwelzijn en de kwaliteit van de leefomgeving. Zo ervaren inwoners van gebieden met veel intensieve veehouderij ook enorme stankoverlast; zijn al zes drinkwaterbronnen in Brabant gesloten wegens mestvervuiling; loopt het aantal slachtoffers van Q-koorts nog steeds op; leven we korter door fijnstof in de lucht en verliezen we biodiversiteit door ammoniak.

Mestfabrieken zijn geen oplossing voor het mestoverschot, ze maken het juist mogelijk om nog meer dieren te houden en nog meer mest te produceren. Met alle gevolgen van dien.

Willen we het probleem echt aanpakken, dan moet worden gekeken naar het voorkomen van een mestoverschot. Dat adviseert ook de gezaghebbende Provinciale Raad voor de Leefomgeving in reactie op de plannen. Mestfabrieken bouwen is het paard achter de wagen spannen. De komende tien jaar wordt maar liefst een half miljard euro aan subsidies in Brabantse mestfabrieken gestoken. Dat bedrag kan veel beter gaan naar het opkopen van dierproductierechten, zodat het aantal varkens van alle stoppende varkensboeren uit de markt wordt gehaald en niet wordt doorverkocht aan varkensbedrijven die willen uitbreiden.

Met deze oplossing neemt het aantal varkens af en daarmee ook het mestoverschot en de behoefte aan meer mestfabrieken. Door te kiezen voor echte oplossingen worden nieuwe mestfabrieken overbodig. Beter voor de volksgezondheid, het dierenwelzijn, de natuur en de kwaliteit van de leefomgeving.

Gedeputeerde Staten beslissen op 18 februari over de voorwaarden van de PlanMER locatiebeleid mestverwerking. Dit opiniestuk is eerder gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad.

Tags:

Neem contact op