Longread | Watervergunning Refresco, het grondwater en het proces

Nieuws | Thema: Water & Klimaat

juli 20, 2020

Longread | Watervergunning Refresco, het grondwater en het proces

Foto ter illustratie

Wat ooit begon als kleine brouwerij in Maarheeze is uitgegroeid tot een wereldwijde frisdrankproducent. Multinational Refresco wil nu verder uitbreiden en meer waardevol grondwater oppompen. Een ontwikkeling die de Brabantse Milieufederatie (BMF) wil voorkomen via de rechter.

Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm op Weblog Bernard Gerard.

De rechtszaak draait om een nieuwe vergunning die Refresco heeft gekregen voor het oppompen van grondwater. In al die frisdrankflesjes van Refresco gaat namelijk veel, heel veel water. Voor 1 liter frisdrank is 1,85 liter grondwater nodig. En dat wordt ter plekke uit de grond opgepompt.

De BMF is altijd al kritisch geweest op het intensief en op industriële schaal onttrekken van grondwater. Natuurgebieden lijden namelijk nog altijd onder verdroging en het intensief onttrekken van grondwater leidt tot verdere aantasting van de natuur. De BMF ging dan ook samen met omwonenden, stichting de Dorpsraad Maarheeze en de vereniging Duurzaam en Groen in beroep tegen de nieuwe vergunning.

Watervergunning Refresco

Om een beter beeld te krijgen over deze zaak, moeten we een paar stappen terugzetten. Refresco draait momenteel op een vergunning uit 1997. Die staat het bedrijf toe om 500.000 m3/jaar grondwater op te pompen. Dat gebeurt in twee watervoerende pakketten: in laag 3 van 30 tot 58 meter diepte (383.000 m3), en in laag 8 van 174 tot 216 meter diepte (117.000 m3). De onderste laag voldoet aan het formele kwaliteitskeurmerk ‘mineraalwater-bronwater’.

In eerste instantie wilde het Refresco deze winning verdubbelen. De provincie Noord-Brabant wees dit af, omdat de diepe laag al over-geëxploiteerd is. Oftewel, er gaat systematisch meer water uit de grond dan in. In de terminologie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is het grondwaterlichaam de Maas-Slenk-Diep ‘in slechte toestand’.

De provincie gaf gelijktijdig aan dat het beleid zich niet verzette tegen het oppompen van meer grondwater uit de ondiepe lagen. Dat is bij Refresco minder populair, want het telt niet als mineraalwater en de laag is vatbaarder voor vervuiling. Maar ‘impopulair’ is iets anders als ‘onmogelijk’. Er kwam een nieuwe aanvraag binnen op 9 augustus 2018 voor het onttrekken van in totaal 750.000 m3, 633.000 m3 uit de ondiepe laag en het handhaven van de onttrekking uit de diepe laag van 117.000 m3. De provincie heeft deze vergunning verstrekt bij besluit van 1 april 2019. Maar daar houdt het verhaal niet op.

Oude of nieuwe regels?

De periode tussen de aanvraag en de verstrekking van de vergunning is cruciaal. De inkt van de vergunningaanvraag was nog niet droog of de provincie Noord-Brabant had haar grondwaterbeleid aangescherpt.

De totale provincie Noord-Brabant krijgt, over alle grondlagen samen, per jaar netto 250 miljoen m3 grondwater binnen en kan dus op papier net zoveel grondwater uitgeven zonder dat de grondwatervoorraad wordt uitgeput. Er is door de provincie echter meer ruimte voor onttrekkingen uitgegeven. Als de provincie een nieuwe vergunning wil afgeven aan Refresco voor het onttrekken van extra grondwater, dan moet de provincie met de pet rond bij bedrijven om ongebruikte vergunningsruimte in te leveren. Daar kunnen ze alleen niet zomaar toe worden gedwongen. De provincie moet dus bij al die instanties vragen of ze een kleinere vergunning willen accepteren.

Vóór september 2018 was er in de hele provincie voor alle onttrekkingen van drinkwaterbedrijven en industrie samen 300 miljoen m3 water verleend aan vergunningen. Als de vergunningaanvraag van Refresco behandeld zou worden volgens de wetgeving die gold op de dag van de aanvraag (9 augustus 2018), moest de provincie de opgetelde vergunningslimiet van de andere bedrijven terugbrengen met 250.000 m3 naar 299,75 miljoen m3 water. De provincie zag dat als haalbaar gedurende de looptijd van het vervolg van de vergunningverlening, maar het moest nog wel eerst gebeuren.

Op 7 september 2018, krap een maand na de aanvraag van Refresco, werd er een nieuwe beleidsregel ingevoerd waarbij het vergunningplafond voor alle onttrekkingen werd verlaagd naar 250 miljoen m3. Als de vergunningaanvraag behandeld zou worden volgens deze nieuwe beleidsregel, dan moest de provincie de optelde limiet van de andere bedrijven met ruim 50 miljoen m3 terugbrengen. “Dat is uitzichtloos”, zo schrijft Bernard Gerard op zijn weblog.

Juridische procedure

De provincie nam de situatie ten tijde van de aanvraag als uitgangspunt en gebruikte de oude regels. De ontwerpbeschikking leidde tussen 27 november 2018 tot 07 januari 2019 tot zienswijzen, onder andere van de Brabantse Milieufederatie, van omwonenden, het waterschap, de gemeente, de hengelsportvereniging, ZLTO en enkele individuele personen.

Uiteindelijk trok de provincie zich niets aan van de brede maatschappelijke kritiek en zette het concept-besluit om zonder substantiële wijzigingen in het definitieve besluit. En tegen dit definitieve besluit voert de BMF een juridische procedure tegen de provincie. De rechtszaak gaat onder andere over de vraag: moet de provincie bij de beoordeling van de vergunningaanvraag rekening houden met de oude regels óf met de nieuwe beleidsregels?

De rechtbank Oost-Brabant kwam op 28 april 2020 met een tussenvonnis. De rechtbank oordeelt dat de provincie bij het verlenen van de vergunning het algemeen belang van voldoende grondwater onvoldoende heeft meegewogen. De rechter vond dat de provincie ten onrechte, bij wijze van uitzondering, had gehandeld op basis van de oude regelgeving en daarbij slechts het belang van Refresco had laten meewegen. De rechter vond daarmee het provinciale besluit onvoldoende gemotiveerd. De provincie heeft de tijd gekregen om de fouten in de vergunningverlening te herstellen.

Duurzaam grondwaterbeleid

De hoofdvraag voor de BMF is: blijft er met het provinciaal beleid voldoende grondwater beschikbaar voor de natuur? Volgens de BMF bestaat er geen deugdelijk kwantitatief model waarin de waterbehoefte van de natuur meegenomen wordt.

De verantwoordelijkheid voor het grondwaterbeheer is verdeeld tussen het Waterschap en de provincie. Daardoor wordt het te weinig als een integraal vraagstuk behandeld. Een duurzamer grondwaterbeleid is nodig om de Brabantse natuur op de lange termijn te beschermen tegen verdroging. De vraag naar zoet water neemt de komende jaren alleen maar toe. Het wordt dan ook steeds ingewikkelder om ons waardevolle grondwater eerlijk te verdelen.

Tags:

Neem contact op

Profiel Misha Mouwen

Misha Mouwen

Water / Adjunct-directeur