Longread | Op weg naar een succesvolle Brabantse RES 1.0

Nieuws | Thema: Duurzame energie

september 10, 2020

Longread | Op weg naar een succesvolle Brabantse RES 1.0

De aarde warmt op, het klimaat verandert, en daarom werken we in Brabant aan de regionale uitwerking van het Klimaatakkoord om onze CO2-uitstoot te verlagen. Ondanks veel inspanningen en goede bedoelingen oogsten de concept-Regionale Energie Strategieën veel teleurstelling, kritiek en weerstand. Hoe kan het dat zo’n maatschappelijk relevant onderwerp zulke slechte recensies krijgt? Hoe kunnen de plannen worden verbeterd op weg naar een succesvolle Brabantse RES 1.0?

Een analyse van de Brabantse Milieufederatie

Het afgelopen jaar is er hard gewerkt aan de eerste conceptversies van de Regionale Energie Strategieën. Het maken van regionale afspraken over de opwek van hernieuwbare energie en het verduurzamen van huizen is één van afspraken uit het Klimaatakkoord. Het doel tot 2030 voor heel Nederland: het realiseren van 35 terawattuur hernieuwbare groene elektriciteit op land en 49 terawattuur op zee (= samen 75% van ons totale elektriciteitsverbruik in 2030), en het verduurzamen van 1,5 miljoen woningen (= 18% van de totale woningvoorraad in Nederland).

Eerste plannen stellen teleur

In Brabant ontwikkelt elke regio (West-Brabant, Hart van Brabant, Metropoolregio Eindhoven en Noordoost-Brabant) een eigen Regionale Energie Strategie, oftewel een RES. Ondanks veel inzet en oprechte intenties van betrokken bestuurders, ambtenaren, stakeholders en enkele betrokken burgers oogsten de Concept RES-en veel teleurstelling, kritiek en weerstand.

Ook de Brabantse Milieufederatie heeft de verschillende plannen kritisch beoordeeld De Brabantse Milieufederatie is betrokken bij de ontwikkeling van de vier Brabantse Regionale Energie Strategieën via klankbordgroepen, werkateliers en werkgroepen. Ondanks onze deelname zijn we kritisch op de plannen. Bekijk onze beoordeling per regio:
Metropoolregio Eindhoven
Hart van Brabant
West-Brabant
Noordoost Brabant
. Om te begrijpen waar het op dit moment mis gaat op weg naar een succesvolle Brabantse RES 1.0 is het goed om nog te kijken naar de doelen die in het Klimaatakkoord zijn vastgesteld. In de Handreiking RES 1.1 van het Nationaal Programma RES staan deze doelen duidelijk omschreven:

  • De RES is een product, in de vorm van een document, waarin elke regio beschrijft “welke energiedoelstellingen zij zal halen en op welke termijn. En welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen.”
  • De RES is ook een instrument om maatschappelijke betrokkenheid te organiseren, met name rondom de ruimtelijke inpassing. Door een participatief proces moet “samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners [worden] gekomen tot een regionaal gedragen RES”.
  • Tenslotte is de RES een manier om langjarige samenwerking te organiseren met betrokken partijen, met name voor de voorbereiding en uitvoering van energieprojecten.

Wat is er mis gegaan bij de concept-Regionale Energie Strategie?

Wat de BMF betreft is bij alle drie de doelen bij de eerste concepten van de regionale plannen een aantal cruciale zaken mis gegaan. Zoals het ontbreken van duidelijke doelen; zoekgebieden zijn niet transparant besproken; een lage betrokkenheid van bedrijven, agrariërs, maatschappelijke partners; en een beperkte regionale samenwerking tussen de vier Brabantse regio’s.

Onvoldoende duidelijkheid en te lage ambities

De RES moet duidelijk omschrijven welke energiedoelen gehaald moeten worden in 2030. Voor hernieuwbare elektriciteitsopwekking stellen de vier Brabantse RES-regio’s heldere doelen in de vorm van het aantal op te wekken terawattuur. Maar voor de warmtetransitie worden geen duidelijke doelen gesteld, terwijl relatief eenvoudig het aantal huizen kan worden genoemd dat in 2030 verduurzaamd (lees van het aardgas af) moeten zijn.

Ook de ambities op het gebied van energiebesparing en energieopwekking in de gebouwde omgeving, zoals zon op daken en overkapte parkeerplaatsen, zijn laag of niet aanwezig. Als je de klimaatcrisis en de energietransitie serieus wilt nemen, dan moet je ook met stevige ambities komen. Alleen zo toon je leiderschap, en is het voor inwoners, bedrijven en organisaties duidelijk dat er wat moet en gaat gebeuren.

Daarnaast bieden duidelijke doelen en ambities ook de mogelijkheid om de voortgang te monitoren. Alleen zo kunnen de politiek en de maatschappij de vinger aan de pols houden.

Het afwegingskader en bepaling van ‘zoekgebieden’ is niet transparant

Eén van de uitkomsten van de RES is het bepalen van de ‘zoekgebieden’. Dit zijn de gebieden waar in beginsel grootschalige zonneweides en windparken mogelijk zijn. Nu hebben zonne- en windparken nogal een ruimtelijke impact op het landschap en de omgeving. Omdat de ruimte in Nederland schaars is, moeten er verschillende belangen afgewogen worden. Voor de RES zijn dit in ieder geval: kwantiteit (de energie-opgave), ruimtegebruik, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, en energiesysteemefficiëntie.

Dat afwegingskader werkt als volgt. Voor een fictief voorbeeld kan het bij een zoekgebied gaan om een grote locatie (score positief op kwantiteit want er kan veel energie opgewekt worden), op een voormalige stortplaats (score positief op ruimtegebruik want er kunnen op die stortplaats weinig andere activiteiten plaatsvinden), maar dicht bij een woonwijk (score negatief op maatschappelijk draagvlak) en veraf van een aansluiting op het elektriciteitsnet (score negatief op energiesysteemefficiëntie). Vervolgens is de vraag: als dit zoekgebied wordt gekozen in de RES, hoe is dit zoekgebied dan gewogen ten opzichte van andere zoekgebieden?

In geen enkele Brabantse RES is deze afweging en de bepaling van de zoekgebieden op een transparante wijze besproken. Dit maakt een eerlijke discussie over het afwegen van de verschillende belangen vrijwel onmogelijk. Hierdoor gaan emoties en drogredenen het debat bepalen en raakt de heldere argumentatie voor een zoekgebied volledig uit beeld.

Lage betrokkenheid van bedrijven, agrariërs, maatschappelijke partners en inwoners

De meeste Concept RES-en zijn bepaald door ambtenaren, externe experts, en bestuurders. Bij de ene RES meer dan bij de andere, maar toch. Bedrijven, agrariërs, natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke partners en inwoners mochten wel meepraten en meedenken tijdens informatiebijeenkomsten en workshops, maar een echte stem hebben ze niet gehad. De REKS Hart van Brabant is een positieve uitzondering, omdat daar energiecoöperaties en natuur- en milieuorganisaties wel vertegenwoordigd zijn in de stuurgroep waar besluiten worden genomen.

Deze lage betrokkenheid van ‘de maatschappij’ was juist iets wat de RES als ‘instrument’ moest voorkomen. We kunnen gerust stellen dat dit tot dusver bij de Concept RES een gemiste kans is.

Beperkte regionale samenwerking

Het doel van de RES om jarenlange samenwerking te realiseren is in enkele Brabantse regio’s tot nu toe duidelijk mislukt. Vooral in Noordoost Brabant lukt het bestuurders en gemeenteraden niet om gezamenlijk op te trekken. Op de RES zoekgebiedenkaart zijn de zoekgebieden zelfs ingetekend langs de gemeentegrenzen. Een duidelijker signaal van het ontbreken van samenwerking is er niet. Maar ook in andere regio’s staan lokale belangen soms regionale samenwerking in de weg. Hier kan dan toch gesproken worden van een falende overheid.

Het is nog niet te laat voor een succesvolle Brabantse RES 1.0

Is het hele RES proces verloren? Wat de Brabantse Milieufederatie betreft verdient de RES een tweede kans, en die is er ook met de RES 1.0. Feitelijk is de RES 1.0 een verdere uitwerking van de conceptplannen die nu openbaar zijn, dus wat inhoud en proces betreft moeten we met zijn allen nog flink aan de bak. In ieder geval moeten de volgende zaken met spoed worden aangepakt.

1. De RES wordt een echt maatschappelijk project

Tot op heden wordt de RES vooral bepaald door overheden en externe deskundigheden. Daarbij is de insteek óf heel technocratisch óf heel politiek. Technocratisch wordt onderzocht wat potentiële zoekgebieden zijn op basis van wettelijke belemmeringen, waar mogelijke warmtebronnen zijn, wat mogelijkheden zijn van zon-op-dak, of waar meervoudig ruimtegebruik kán plaatsvinden.

Als een regio geen samenwerkende eenheid kan vormen wordt de RES juist heel politiek. Bestuurders en gemeenteraden treden solistisch op, verklaren het hele eigen grondgebied uitgesloten voor wind- en/of zonne-energie, of zijn juist veel te ambitieus ten opzichte van mogelijk geschikte locaties.

Maar de energietransitie is geen technologische of louter politieke aangelegenheid. Integendeel, het is vooral een sociaal-maatschappelijke transitie, die door technologie en politiek ondersteund moet worden. Om een echt maatschappelijk project te worden moet de RES de deuren letterlijk openen voor maatschappelijke partners, als bedrijven, agrariërs, burgerinitiatieven en natuur- en milieuorganisaties, én deze partners een gelijkwaardige stem geven in besluitvormende organen, zoals een RES stuurgroep. Ja, dat is spannend voor sommige politici, maar zijn die er niet juist om het maatschappelijk belang te dienen?

En er is een duidelijke rol voor de gemeenteraden. Die moeten zich actief gaan bemoeien met de ontwikkeling van de Concept RES naar de RES 1.0. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het betrekken van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in hun gemeenten. Dat gaat tijd, geld en capaciteit vragen om een goede dialoog met de inwoners te voeren. Het is aan de gemeenteraad om daarvoor budgetten vrij te maken tijdens de komende begrotingsbehandelingen.

2. Transparante afwegingskaders voor zoekgebieden

Zoals eerder opgemerkt ontbreekt in de huidige RES-en een transparante onderbouwing van de keuze voor de zoekgebieden. Dit is echter noodzakelijk om de discussie of de dialoog met inwoners en stakeholders te kunnen voeren. Een eerste stap is het opnemen van een ‘constructieve zonneladder’ en een 'windladder' De BMF stelt de volgende windladder voor, van zeer geschikt tot (in beginsel) ongeschikt:
1. Nabij bedrijventerreinen, gebieden bestemd voor stedelijke ontwikkeling, langs infrastructurele werken.
2. Grootschalige klei- en komgronden, grootschalige jonge heideontginning, Peelontginningen, vrijkomende agrarische bebouwing.
3. Nieuwe bossen (niet Natuurnetwerk Brabant).
4. In beginsel ongeschikt: kleinschalige landschappen, beekdalen, Maasuiterwaarden, Natuurnetwerk Brabant, weidevogelgebieden.
waarbij de voorkeursvolgorde van locaties voor zonneweides en windparken worden vastgelegd. Deze moeten wel voldoende gespecificeerd zijn – de zonneladder van drie treden in de RES MRE is bijvoorbeeld niet zinvol.

Daarnaast moet er een duidelijk overzicht komen van mogelijke zoekgebieden die vervolgens ‘gescoord’ worden op een aantal criteria. De vier aspecten uit de RES (kwantiteit, ruimtegebruik, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, en energiesysteemefficiëntie) moeten daarin minimaal opgenomen zijn, maar per RES regio kunnen andere aspecten meegenomen worden, bv. innovatie, cultuurhistorie, meervoudig ruimtegebruik en natuurversterking.

Op basis van een transparant afwegingskader kunnen de juiste discussies gevoerd worden, die gaan over het afwegen van de verschillende belangen. De energietransitie gaat hoe dan ook effect hebben op ieders leefomgeving. Een eerlijke en transparante onderbouwing is wel het minste dat je als RES moet bieden.

3. De RES wordt ontworpen vanuit een toekomstvisie op Brabant: Panorama Brabant

Om een goede keuze te maken voor de zoekgebieden is ook een duidelijk toekomstbeeld van Brabant nodig. Vrijwel iedereen erkent dat de keuzes die we de komende jaren voor de energietransitie gaan maken, een langdurige impact zal hebben op hoe Brabant er de komende decennia uit ziet. Toch hebben we bij alle RES informatiebijeenkomsten en workshops en niet één keer een visie gezien of gehoord over hoe Brabant er uit ziet over 25 of 30 jaar. En dat terwijl alle windturbines en zonneweides, weliswaar ‘tijdelijk’, vergund worden voor 25 jaar.

Om te voorkomen dat er dadelijk een windpark of zonneweides langdurig in de weg staan, moeten we nú gebiedsgerichte toekomstvisies ontwikkelen waar hernieuwbare energie een plaats in krijgt. Daarin moet ook duidelijk aangegeven worden welke gebieden juist gevrijwaard moeten blijven van wind- en zonneparken, zoals Natura 2000 gebieden, het Natuurnetwerk Brabant en waardevolle cultuurhistorische landschappen.

Een visie zoals ‘Panorama Nederland’ maar dan voor Brabant – Panorama Noord-Brabant – geeft een breed gedragen toekomstperspectief voor de ruimtelijke inrichting van Brabant. Vanuit zo’n Panorama Noord-Brabant leidt het bepalen van zoekgebieden niet tot onomkeerbare en ongewenste ontwikkelingen. De regio West Brabant heeft al een eerste Panorama gemaakt. Dit initiatief vraagt om uitbreiding en bredere navolging.

4. Daarnaast: nu al aan de slag met ‘no regret’ locaties en verduurzamen van woningen

Er zijn energieprojecten waar vrijwel niemand tegen is, zoals zonnepanelen op daken van bedrijven, agrariërs en instellingen. Of het overkappen van parkeerplaatsen met zonnepanelen, zonnepanelen langs snelwegen, en windturbines op of bij bedrijventerreinen. Ook met energiebesparing en het verduurzamen van woningen kan vandaag al begonnen worden (zie voor inspiratie het project Thuisbaas van Urgenda).

Als de energietransitie zichtbaar wordt voor iedereen in de openbare ruimte, dan ontstaat er ook meer begrip en draagvlak voor zonneweides en windparken in het buitengebied.

5. Realistische innovatie krijgt een duidelijke plaats in de RES

Naast de gangbare energie-opwekkingsmethoden als windturbines en zonne-energie, moeten de RES-en ook meer aandacht besteden aan innovatie. Vooralsnog heeft de RES West-Brabant een expliciete doelstelling opgenomen voor innovatieve methoden om aan de hernieuwbare elektriciteitsopgave te voldoen. Dat is zeer lovenswaardig en verdient navolging van de andere RES-en. Daarbij is een waarschuwing op zijn plaats. Tegelijkertijd wordt innovatie te gemakkelijk gebruikt om met name windturbines te weren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar waterstof of thoriumcentrales. Dat is niet wat we hier bedoelen. Het gaat om realistische innovaties, waarbij de techniek al bewezen is en de potentie hoog is, maar waarbij te beperkte schaalgrootte leidt tot een te hoge kostprijs. Een voorbeeld hiervan is zonne-energie opwekkende gevels. Door als overheid regionaal op te treden als ‘launching customer’ ontstaat er voldoende vraag en nieuwe werkgelegenheid om zulke veelbelovende innovaties te versnellen.

6. Provinciale regie als regionale samenwerking faalt

Regionale samenwerking is een kernbegrip in de Regionale Energie Strategie. Dat de provincie in eerste instantie een terughoudende en vooral faciliterende rol aanneemt is begrijpelijk vanuit de gedachte dat een regio zelf vorm moet geven aan de samenwerking en de energietransitie. Maar als die samenwerking om wat voor reden niet lukt, dan is de provincie aan zet om haar maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de energietransitie te nemen. Dat vraagt dan om provinciale regie en actieve bijsturing, waarbij de regio altijd de kans moet krijgen om van de RES een gezamenlijk project te maken.

Daarnaast heeft de Provincie nog een andere taak, en dat is het faciliteren van de onderlinge afstemming tussen de vier Brabantse RES regio’s. Want het is best mooi dat elke regio zijn eigen energie-aandeel opwekt, maar biedt het rivierpoldergebied in West-Brabant niet veel meer kansen voor windenergie dan de zuidelijke regio’s in Hart van Brabant en Metropoolregio Eindhoven? Kan West-Brabant hernieuwbare energie leveren aan de andere regio’s en daarvoor gecompenseerd worden? De Provincie is de aangewezen partij om het gesprek hierover met de regio’s te voeren.

Regionale Energie Strategie met twee snelheden

Bovengenoemde aanbevelingen duiden op een RES proces met twee snelheden. Aan de ene kant vandaag nog starten met de energietransitie op ‘no regret’ locaties en met bestaande technieken. Daarvoor hoef je feitelijk niet op het RES proces te wachten. Maar aan de andere kant, een weloverwogen en transparant proces, dat langer duurt, maar waarbij een toekomstvisie van een Brabants Panorama en een transparante belangenafweging leiden tot daadwerkelijk maatschappelijk gedragen locaties voor zon- en windprojecten. Dat doet recht aan het belang van de energietransitie en biedt voldoende waarborgen voor een zorgvuldig en breed gedragen proces. Het is daarbij wel zaak om het RES proces met de nodige vaart voort te stuwen en het niet te laten verzanden in onnodig en langdurig overleg. Immers, de klimaatopwarming wacht niet op ons.

Concrete acties om vandaag mee te starten

We concluderen dat de Concept RES-en nog fors verbeterd moeten worden op weg naar een succesvolle Brabantse RES 1.0, zowel inhoudelijk als procesmatig, maar ook dat het hiervoor nog niet te laat is. Het is wel belangrijk om direct te beginnen met noodzakelijke aanpassingen. Met onderstaande acties kunnen overheden vandaag nog aan de slag.

Regionale Energie Strategie

  • Neem duidelijke doelen en ambities op voor het aantal te verduurzamen woningen, energiebesparing, aandeel zon op dak/ verharde oppervlakten.
  • Nodig maatschappelijke organisaties, agrariërs, burgerinitiatieven en bedrijven uit om deel te nemen in de RES stuurgroep en relevante werkgroepen.
  • Neem de zonneladder en windladders op als afwegingskader voor zoekgebieden.
  • Maak voor alle zoekgebieden een duidelijke scoringstabel waaruit blijkt hoe belangen zijn afgewogen zodat zoekgebieden met elkaar vergeleken kunnen worden.
  • Samen met Provincie: Start met het opzetten van een ‘Panorama Brabant’, samen met het College van Rijksadviseurs (van Panorama Nederland).

Provincie Noord-Brabant

  • Neem regie om regionale samenwerking te realiseren.
  • Verken mogelijkheden van meer energieopwekking in West-Brabant en verrekening met andere regio’s.
  • Samen met RES: Start met het opzetten van een ‘Panorama Brabant’, samen met het College van Rijksadviseurs (van Panorama Nederland).
  • Samen met gemeenten: Stimuleer realistische innovaties actief door als ‘lead customer’ op te treden.

Brabantse gemeenten

  • Start met ‘no regret’ projecten, als zon op (grote) daken, verduurzamen van woningen en overheidsgebouwen, en begin met energiebesparingsprojecten.
  • Samen met Provincie: Stimuleer realistische innovaties actief door als ‘lead customer’ op te treden.
  • Gemeenteraden: Geef wethouders duidelijke opdrachten mee om de actiepunten voor de Regionale Energie Strategie en gemeenten mogelijk te maken, inclusief budgetten vrijmaken voor participatietrajecten.
Profiel Sandor Löwik

Sandor Löwik

Energie en circulaire economie